Drinkwaterveiligheid

Legionellapreventie voor niet-prioritaire instellingen laat te wensen over

In Nederland wordt zo nu en dan weer eens aandacht geschonken aan Legionellapreventie. Onlangs (17 september) kopte het AD nog met “Door lakse bouwwereld blijft legionella doden maken”. Een nogal harde verwijzing naar waar het “fout” gaat met drinkwaterveiligheid naar eindgebruikers.

In hoeverre wordt hiermee de spijker op zijn kop geslagen?  Alvorens deze vraag te kunnen beantwoorden is het belangrijk de wettelijke verplichtingen als eigenaar van een drinkwaterinstallatie te weten.

Wetgeving in Nederland
De hoofdpijlers voor drinkwaterwetgeving is opgebouwd in drie documenten:
– Drinkwaterwet
– Drinkwaterbesluit
– Drinkwaterregeling

In het Drinkwaterbesluit (hoofdstuk 4 art. 35 t/m 44) wordt in artikel 35 omschreven dat eigenaren van installaties behorend tot prioritaire locaties (ziekenhuizen, zorgcentra, hotels etc.)verplicht zijn tot het uitvoeren van een Legionella risico inventarisatie, alsmede tot het op stellen van een bijbehorend beheersplan. Hoe een risico inventarisatie dient te worden opgesteld is nader uitgewerkt in ISSO publicatie 55.1.

De wet heeft het dus goed voorzien voor prioritaire locaties. Maar wat nu voor de niet-prioritaire locaties, zoals kantoren, industrielocaties, sportcomplexen etc.? Daarvoor wordt een beroep gedaan op de zogenaamde “zorgplicht” voor eigenaren.

Onderhoud aan een drinkwater installatie.
Als we iets dieper zoeken in wetgeving komen we in de sectie “Algemene Voorwaarden Drinkwater”. Hierin staan een aantal belangrijke artikelen over hoe het één en ander als “zorgplicht” is vastgelegd, zowel voor de installateur als de eindgebruiker. Naast de aanleg is het dus belangrijk juist onderhoud te plegen aan een drinkwatersysteem. Maar hoe pleeg ik nu het juiste onderhoud?

Waterwerkblad 1.4G
Vanuit de NEN1006 Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties , wordt voor onderhoud verwezen naar “waterwerkblad 1.4G”. Als adviseur zeg ik vaak: “Het vergeten hoofdstuk in preventie voor Drinkwatersystemen”.

Waterwerkblad 1.4G dateert uit 1999 en is door de jaren heen vier maal aangepast. Is deze dan ook veel zwaarder geworden in uitvoering? Nee, eigenlijk niet. In 1999 gold de verplichting eigenlijk met uitzondering van woninginstallaties voor alle drinkwater installaties. Later werden de beheertaken met registratieverplichting afgezwakt voor installaties met een watermeter kleiner dan 6m3/uur (Qn-6 / Q3-10) en in de laatste versie van 2015 werd deze grens verlaagd naar installaties met een watermeter kleiner dan 10m3/uur(Qn-10 / Q3-16).

Waar ligt nu het startpunt voor beheer voor drinkwaterinstallaties?
Voorop staat dat alle drinkwater installaties voldoen aan de Aansluitvoorwaarden, NEN-1006 en onderhevige waterwerkbladen. Dus een eerste toetsing is of de drinkwaterinstallatie hieraan voldoet belangrijk. Vanuit deze rapportage dient mogelijk beheer te worden gestart. In NEN 1006 wordt tevens gesteld dat er voor nieuwe installaties een installatie-gebonden dossier dient te worden aangelegd. (Waterwerkblad 2.7-2015). Vanuit NEN-1006 wordt vervolgens verwezen naar waterwerkblad 1.4G: Als onderdeel van de beheerstaak van een leidingwaterinstallatie moeten specifiek benoemde documenten beschikbaar zijn en up-to-date worden gehouden. Het heeft de voorkeur de documenten op de locatie beschikbaar te houden. Uitgevoerde onderhoud- en controle werkzaamheden, de bevindingen, de genomen maatregelen en dergelijke moeten worden bijgehouden in een logboek. Hiermee kan worden aangetoond welke controle- en onderhoudswerkzaamheden zijn verricht.

Wanneer gaan er nu beheertaken met een registratieverplichting gelden? (Het vergeten hoofdstuk)

Op basis van wetgeving en aansluitvoorwaarden zijn beheerpakketten opgesteld die door de drinkwaterbedrijven worden getoetst als onderdeel van de wettelijke controletaak.

De beheertaken met registratieverplichting zijn vastgelegd in pakketten A, C en/of D. Een eigenaar/exploitant van een installatie kan te maken krijgen met een combinatie van verschillende pakketten. Zie hierna voor een overzicht van beheertaken per pakket. De maatregelen hangen af van het formaat van de watermeter, het drinkwaterverbruik en de kwetsbaarheid van de gebruikers.

 Resume
De belangrijkste stap in Legionellapreventie is de toetsing van een drinkwaterinstallatie. In het tijdsbestek tussen 1999 en heden is er eigenlijk niet veel veranderd. Hierbij doel ik in eerste instantie op wetgeving. Registratie en Beheer van een drinkwaterinstallatie is niet zwaarder geworden, sterker nog, vanuit overheidswege alleen maar versoepeld.

Beheerders van drinkwatersystemen zijn nagenoeg allemaal bekend met Legionellapreventie, ook installateurs zijn hiervan op de hoogte. De ervaring leert dat bij nieuwbouwtrajecten voor prioritaire instellingen zowel voor- en tijdens de bouw reeds adviezen worden ingewonnen om een correcte installatie te kunnen opleveren.

Voor niet-prioritaire installaties blijven, mede door het niet hoeven voldoen aan Legionella specifieke regelingen, de toetsingen van installaties achterwege. Hierdoor blijven ook de verplichte beheertaken die nagenoeg voor iedere drinkwaterinstallatie gelden onbelicht.

Niet iederéén is bekend met wetgeving, waterwerkbladen en overige richtlijnen. Ik denk dat hier een schone taak is weggelegd niet alleen voor de overheid maar ook voor normeringsinstanties waaronder ISSO alsmede de adviserende bedrijven. Preventie in drinkwatersystemen begint met een correcte installatie. Dagelijkse praktijk leert dat het daar voor bestaande systemen nog veel aan schort.

AANMELDEN NIEUWSBRIEF