Natte koeltorens (open systemen) brengen het koelwater rechtstreeks in contact met de lucht waardoor verdamping optreedt. Droge of gesloten koeltorens gebruiken een gescheiden pijpenbundel; het procesmedium stroomt door een gesloten circuit en wordt aan de buitenkant gekoeld zodat vervuiling wordt voorkomen. Hybride of adiabatische systemen combineren deze principes om waterverbruik te verminderen. De keuze hangt af van de procesvereisten, beschikbare ruimte en waterkwaliteit.

